Beeldende begrippen voor klas 2
Vorm
Vormentaal
Alles wat je om je heen ziet heeft een bepaalde vorm. Vormen kunnen bepaalde gedachten oproepen. Kijk maar naar afbeelding 1 en 2.
De afbeelding van het hartje geeft je het idee van liefde. De doodskop staat voor het waarschuwen voor giftig materiaal. Deze beide vormen geven informatie door. Het doorgeven van informatie noem je communicatie. Door middel van afbeeldingen in duidelijke vormen zoals bijvoorbeeld het hartje kan een boodschap over brengen, je kunt dus communiceren met beelden.
Symbolen/Pictogrammen
Met vormen kun je communiceren . Symbolen zijn vormen met een bepaalde boodschap. Door middel van symbolen kun je aan anderen iets meedelen. Symbolen zijn dus communicatiemiddelen. Ze zijn zo bekend en logisch van vorm, dat je meteen begrijpt waar het over gaat. Tekens of symbolen zeggen soms meer dan woorden. Zonder maar één woord te hoeven lezen weet je overal ter wereld waar bijvoorbeeld de nooduitgang is.
Zo'n symbool noemen we ook wel een pictogram
Stileren
Hoe eenvoudiger het symbool, hoe duidelijker de boodschap overkomt. Daarom zien symbolen er nooit ingewikkeld uit. Onbelangrijke details worden weggelaten. Alleen de belangrijke vormen blijven over. Stileren noem je dat. Kijk maar naar de onderstaande afbeelding:
Dit symbool is in alle landen hetzelfde en is voor iedereen duidelijk.
Waarschijnlijk heb jij het symbool ook meteen herkent; herentoilet.
Het poppetje is duidelijk van vorm en heeft geen details zoals, ogen neus, handen etc. Door het weglaten van deze details komt het symbool nog duidelijker over. Zo kun je van een ingewikkelde vorm een eenvoudig en duidelijk symbool maken. Hieronder zie je nog een aantal voorbeelden van symbolen/pictogrammen die gestileerd zijn:
Logo’s
De meeste bedrijven, scholen of verenigingen hebben een eigen logo. Een logo is een beeldmerk waar je een instelling aan herkent. Denk maar aan het logo van de Roncalli mavo. Dit logo maakt de school herkenbaar en staat dus op de gevel, op het briefpapier en op de schoolgids.
Meestal bestaat een logo uit een bepaalde vorm, een teken of een letter. De kleuren van een logo zijn heel belangrijk. De vormen en kleuren van een logo hebben meestal te maken met de naam of de werkzaamheden van een bedrijf of vereniging. Het logo van de Roncalli bestaat uit een aantal poppetjes in felle kleuren die een blaadje vast houden. Het logo, met de poppetjes, laat zien dat het om een school gaat met leerlingen. Een logo zorgt ervoor dat je het meteen herkent en weet van welk bedrijf het is. Kijk maar naar de onderstaande logo’s, waarschijnlijk weet je meteen al, van welk bedrijf het logo is.
Vormen hebben een karakter
Elke vorm heeft bepaalde eigenschappen. De vormeigenschappen roepen automatisch gedachtes of gevoelens op. De ronde vormen maken een zachte indruk, terwijl de puntige vormen wat agressiever overkomen.
Figuratief
een figuratieve vorm kun je gelijk herkennen. Let op: in het woord figuratief zit het woord “figuur”. Bij een figuratieve voorstelling zie je dus meteen wat iets voorstelt. Je ziet wat het is of wat de voorstelling inhoud. Hieronder zie je een aantal figuratieve voorstellingen. Deze voorstellingen zijn schilderijen van Degas, Van Gogh en Lichtenstein. Bekijk de voorstellingen en je ziet meteen wat de vormen voorstellen; dansers, boom en het gezicht van een vrouw:
Abstract
het tegenover gestelde van figuratief (herkenbare voorstelling) is abstract. Abstracte vormen kun je niet herkennen. Een abstracte voorstelling is dus niet herkenbaar en bestaat uit enkel abstracte vormen: vlakken, kubus, vierkant, lijnen, cirkels. Hieronder zie je een aantal abstracte voorstellingen. Dit zijn schilderijen van Kelly, Pollock en Mondriaan. Kijk maar goed! Deze afbeeldingen bestaan alleen uit lijnen, kleurvlakken, verf spetters en vormen:
Structuur
Structuur
De buitenkant van een voorwerp, dier of mens kan er glad, ruw, pukkelig of rimpelig uitzien. Die buitenkant heeft een bepaalde structuur. Er zijn heel veel verschillende structuren. Kijk maar naar de ribbelstructuur van een autoband of de stekelstructuur van een zee-egel of de steentjes op straat.
Stofuitdrukking
Bekijk de onderstaande afbeeldingen. Op afbeelding 1 zie de huidstructuur van een slang. Op afbeelding 2 zie je de huidstructuur van een tijger.
Je kan aan de afbeelding 1 en 2 zien en opmaken hoe deze huid zal voelen. Zo voelt de slangen huid glad en koud en de vacht van de tijger zacht en warm.
Dat je kan zien en je daardoor kan voorstellen hoe een structuur voelt noem je stofuitdrukking. In voorstellingen zie je vaak de stofuitdrukking en structuur. Zeker bij een stilleven (gedekte tafel) zoals op de afbeelding hiernaast is de stofuitdrukking heel erg belangrijk. Schilders doen vaak erg hun best om stofuitdrukking van de verschillende structuren van de materialen te tonen. Ze schilderen heel precies de structuur van een tafellaken, de structuur van de geschilde citroen, glans op het tinnen bordje en de structuur van het brood. Het lijkt wel echt net een foto.
Structuur en techniek
Hierboven heb je op de afbeelding van het stilleven al gezien dat je met de juiste techniek en materialen, structuren precies kan tonen. Het materiaal en hoe je een structuur tekent, is bepalend voor hoe het eruit gaat zien. Structuren die je tekent met behulp van een liniaal maken een stijvere indruk dan structuren die uit de vrije hand zijn getekend. Ook is er een heel verschil of je structuren tekent op nat of op droog papier. De techniek speelt een belangrijke rol bij het tekenen of schilderen van structuren.
Herhaling
Structuren bestaan uit vormen of kleuren die telkens terugkomen en met elkaar een eenheid vormen. Hoe vaker en regelmatiger bepaalde kleuren en vormen herhaald worden, hoe meer eenheid er in een structuur ontstaat. Kijk maar naar de afbeelding van de kunstenaar Escher hieronder.
Ritmische structuur
Vormen en kleuren kunnen op verschillende manieren herhaald worden. Door ze bijvoorbeeld heel netjes naast of boven elkaar te plaatsen. Zo ontstaat er een statische (stijve) structuur.
Daarentegen kun je de vormen en kleuren ook zo plaatsen dat er een bepaalde beweging ontstaat. Dan krijg je een ritmische structuur.
Een ritmische structuur komt net zo dynamisch (beweeglijk) over als ritmische muziek. De kunstenaar Kandinsky maakte kunstwerken waarbij muziek de inspiratiebron was. Dit zie je terug in de vormen en kleuren die hij gebruikt. Zijn voorstellingen hebben een ritmische vormgeving.
Decoratie
Structuren worden vaak toegepast als versiering of decoratie. Kijk maar eens naar behangontwerpen, kleding en gebruiksvoorwerpen. De variatie in structuren is enorm: stippen, strepen, sterren, vierkantjes, driehoekjes, enz.
Voor de sier
Decoraties kunnen kale muren en saaie dingen opvrolijken of aantrekkelijk maken. Zonder die versieringen zou het maar een duffe boel zijn. Kijk maar naar de muurstickers op de afbeelding hiernaast. Je kunt soms aan de versieringen zien waar iemand van houdt en wat voor smaak hij heeft.
Patronen
De decoratie op behang, kaftpapier of vloerbedekking bestaat uit vormen en kleuren die telkens in het ontwerp terugkomen. Als een aantal vormen telkens op dezelfde manier wordt herhaald, noem je dat een patroon. Een patroon kun je onbeperkt toepassen en eindeloos herhalen.
Vormversterkende versieringen
Vaak worden versieringen aangebracht die de vorm van een voorwerp versterken. De decoratie op treinen is simple maar versterken het gevoel van snelheid. Daarom is er gekozen voor horizontale banen. De versiering gaat met de vorm en snelheid van de trein mee. Hierdoor wordt de gestroomlijnde vorm van de trein nog meer benadrukt of versterkt. Versieringen die de vorm van de ondergrond versterken, noem je vormversterkende versieringen.
Vormdoorbrekende versieringen
Decoraties kunnen ook tegen de vorm van de ondergrond ingaan. Een versiering doorbreekt de vorm van de ondergrond. Dit heet een vormdoorbrekende versiering.
In de toets komt er en vraag over de voorstelling en een vraag over de vormgeving van een afbeelding. Maar wat is nu precies het verschil tussen de voorstelling en de vormgeving?
Wat is een voorstelling?
Een voorstelling bij het vak tekenen is een afbeelding van een kunstwerk. Als er een vraag over de voorstelling komt gaat deze vraag alleen over wat je op de voorstelling kan zien. Bij een vraag over de voorstelling geef je een beeldbeschrijving: je vertelt dan van links naar rechts wat je allemaal op de afbeelding ziet zonder er iets bij te verzinnen.
Wat is vormgeving?
De vormgeving van een afbeelding heeft te maken met de beeldaspecten: kleur, vorm, compositie, ruimtelijkheid, licht-donker, techniek en materiaal. Als er een vraag gesteld wordt over de vormgeving bekijk je altijd hoe de kunstenaar de beeldaspecten heeft gebruikt. Daarbij wordt er vaak gevraagd naar een paar beeldaspecten. Bijvoorbeeld hoe heeft de kunstenaar gebruik gemaakt van kleur? Wat voor compositie is deze afbeelding.
Kleur
Kleurencirkel
De kleurencirkel wordt besproken in de klas. De kleurencirkel bestaat uit:
- primaire kleuren
- secundaire kleuren
- tertiaire kleuren
Primaire kleuren
De primaire kleuren zijn:
- ROOD
- BLAUW
- GEEL
Secundaire kleuren
De secundaire kleuren zijn:
- ORANJE
- GROEN
- PAARS
Tertiaire kleur
Een tertiaire kleur is een kleur die uit menging van de drie primaire kleuren wordt verkregen.
Kleurcontrast
De kleding die je draagt, laat zien wie je bent, waar je bij wilt horen en wat jou smaak is. De één houdt van felle kleuren, de ander van pastelkleuren. Kleuren kun je combineren. Als kleuren tegen elkaar afsteken, noem je dat een kleurcontrast. (kleurtegenstelling). Felle kleuren vormen met elkaar een kleur-tegen-kleur-contrast.
Complementaire kleuren
Complementaire kleuren zijn kleuren die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel.
- Rood - Groen
- Geel - Paars
- Blauw - Oranje
Licht-donker contrast
Hele donkere kleuren staan tegenover hele lichte kleuren. Kijk maar naar het plaatje hieronder.
Een combinatie van lichte en donkere kleuren noem je een licht-donkercontrast.
Koud-Warmcontrast
Warme kleuren vormen samen met koude kleuren een koud-warmcontrast.
Signaalkleur
Kleuren hebben vaak een functie. Dek maar aan de kleur rood in het verkeer (symboolkleur voor gevaar of verbod). Rood is ook de kleur van dingen die moeten opvallen (signaalkleur). Terwijl legertanks juist groen en bruin gespoten worden om niet op te vallen (schutkleur).
Pastelkleur
- Kleuren gemengd met heel veel wit.
- Lichte zachte kleuren
Kleurengamma – ton sur ton
- Een combinatie van tinten in één bepaalde kleur noem je een kleurgamma.
Schutkleur
- kleur aannemen van de achtergrond
- Dus een kleur die niet opvalt in de omgeving. Het wordt ook wel camouflage genoemd.
- Het uniform van een soldaat is bruin groen, zodat je hem in de natuur niet goed kunt zien.
- Veel dieren hebben ook een schutkleur.
- Er zijn zelfs dieren die je zo moeilijk kunt herkennen omdat ze de vorm van de omgeving hebben aangenomen.
- Een voorbeeld hiervan is een wandelende tak.
Kleur en emotie
Kleuren zijn gewoon niet weg te denken uit onze omgeving. Ongemerkt wordt je er door beïnvloed. Kleuren maken gevoelens los en maken blij of juist verdrietig. Donkere kleuren roepen eerder sombere gevoelens op terwijl primaire kleuren juist een vrolijke indruk maken. Kleuren hebben allemaal een eigen karakter. Je kunt ze vergelijken met mensen. Groen is vriendelijk en evenwichtig. Blauwe kleuren zijn rustgevend en koel. Geel is luchthartig, vrolijk en vriendelijk. Rood is actief, dynamisch en opvallend.
- sombere kleuren
- vrolijke kleuren
Kleur en sfeer
Het is je vast weleens opgevallen dat kleuren ook de sfeer bepalen. De koude kleuren van het blauwe interieur doen sterk denken aan de winterse kou. Ze zorgen voor een kille sfeer. Het interieur maakt misschien een vreemde indruk. Als je een interieur hebt met blauwe muren, tafels en stoelen kan dat zorgen voor vervreemding, kleurvervreemding.
Symboolkleuren
Sommige kleuren of kleurcombinaties hebben een speciale betekenis. Kleuren met een speciale betekenis noem je symbolische kleuren. De ‘kleur’ zwart bijvoorbeeld is de symbolische ‘kleur’ voor de nacht, de dood of angst. Blauw is de symbolische kleur voor ruimte, hygiëne of frisheid. Rode kleuren betekenen gevaar, liefde of agressie.
Modieuze kleuren
Saaie dingen kun je mooi maken door ze te versieren met leuke kleuren. Kleuren die als versiering dienen, noem je decoratieve kleuren. Zulke kleuren hebben verder geen speciale betekenis, maar worden toegepast om iets aantrekkelijk te maken. Een gymschoen met een Nike-vignet en blauwe versieringen ziet er natuurlijk veel leuker uit dan een gewone witte gymschoen. De mode of trend bepaalt welke kleuren en versieringen ‘in’ zijn. Kleuren die tijdelijk in de mode zijn, noem je modieuze kleuren.
Smakelijke kleuren
Of je nu chips, cola, tandpasta, parfum of een balpen koopt, je kunt het zo gek niet bedenken of er zit wel een verpakking omheen. De ene keer is het een doosje of een zakje, de andere keer een tasje of tube. Aan de kleur van de verpakking kun je zien wat erin zit. Kijk maar naar de wikkels van het snoepgoed. Je ziet aan de kleuren hoe de inhoud proeft.
Kleur en doelpubliek
De kleuren van een verpakking vertellen niet alleen wat erin zit, maar zeggen ook iets over degene die het product koopt. Etiketten voor wijn of bier worden bij voorkeur voorzien van warme, bruine, gele of rode tinten terwijl een kauwgomverpakking beter in een frisse, felle verpakking kan zitten.
Vrouwelijke en mannelijke kleuren
Aan sommige verpakkingen kun je zien of de inhoud voor vrouwen of mannen bestemd is. De kleuren die gebruikt worden voor vrouwen zoals bij parfum of deodorant zijn licht en zacht. Zachte kleuren horen bij een bepaald beeld van de vrouw, lief en gevoelig. Flesjes aftershave en tubes gel die voor mannen bestemd zijn worden over het algemeen in donkere, zwaardere kleuren uitgevoerd. Bijvoorbeeld donkerbruin en donkerblauw. Deze kleuren komen stoer en mannelijk over.
Compositie
Als je een schilderij maakt, moet je op verschillende dingen letten. Je moet alles de juiste vorm geven en hierbij passende kleuren kiezen. Heel belangrijk is ook de plaats van de vormen en kleuren op het schilderij. De manier waarop de onderdelen van een schilderij of tekening gerangschikt worden, noem je de compositie. Zoals hierboven te zien is, kun je verschillende composities uit dezelfde voorwerpen samenstellen.
Horizontale compositie
De onderdelen van een compositie kunnen verschillend geordend zijn. Als de onderdelen van een compositie allemaal horizontaal gerangschikt zijn, heet dat een horizontale compositie.
Verticale compositie
Zijn de meeste onderdelen van een compositie omhooggericht, dan noem je dat een verticale compositie.
Schuine compositie
Schuin geplaatste vormen zorgen voor een schuine compositie.
Driehoekscompositie
Als de onderdelen van een compositie samen een driehoek vormen, is er sprake van een driehoekscompositie.
Cirkelvormige compositie
Een cirkelvormige compositie ontstaat als de onderdelen samen een cirkel vormen.
Symmetrische compositie
Bij een symmetrische compositie zijn de onderdelen aan de linkerkant hetzelfde als aan de rechterkant. Een symmetrische compositie zier er meestal een beetje statisch (stijfjes) of evenwichtig uit.
Asymmetrische compositie
Composities die links en rechts of onder en boven niet hetzelfde zijn, noem je asymmetrisch. Die composities zien er meestal dynamisch (beweeglijk) uit.
Centrale compositie
Als de onderdelen van een compositie allemaal in het midden neergezet zijn, heet dat een centrale compositie.
Verspreide compositie
Zijn de onderdelen van een compositie over de hele tekening verspreid, dan noem je dat een verspreide compositie.
Ritmische compositie
Een ritmische compositie ontstaat als de vormen of kleuren regelmatig herhaald worden en hierdoor een bepaalde beweging opgeroepen wordt.
Licht
Lichtval
Vaak speelt lichtval een belangrijke rol in schilderijen. Het lijkt wel of er licht in schijnt. Dat komt door de kleur- en licht-donkerverschillen die zijn toegepast. Hoe groter het licht-donkercontrast is, des te feller is de indruk die het licht in het schilderij maakt.
Natuurlijke Lichtbronnen
Licht komt ergens vandaan. Een voorwerp dat licht geeft, noem je een lichtbron. Je kunt de verschillende lichtbronnen in twee groepen verdelen: kunstmatige en natuurlijke lichtbronnen. Natuurlijke lichtbronnen zijn de zon, maan, sterren en bliksem.
Kunstmatige Lichtbronnen
Kunstmatige lichtbronnen zijn kaarslicht, spots, lamplicht, tl-licht of vuur.
Licht en sfeer
Licht doet meer dan je denkt. Straatlantaarns geven je ’s avonds een gevoel van veiligheid, terwijl spots of schemerlampen de sfeer in huis bepalen. Lichtbundels, schijnwerpers, zwaailichten en laserstralen zorgen voor sensatie. En als je het gezellig wilt hebben steek je kaarsen aan.
- Kaarslicht zorgt voor gezelligheid
- Lichtbundels, zwaailichten en laserstralen zorgen voor sensatie.
Spots en lichtbundels zorgen ervoor dat de aandacht ergens op valt. De gerichte lichtbundels van de gekleurde lampen bij een optreden zorgen voor de aandacht op de band. Dit effect wordt versterkt door de donkere ruimte eromheen.
- Straatlantaars zorgen voor veiligheid op straat
Gespreid en gebundeld licht
Licht dat alle kanten opgaat noem je verspreid licht. Denk maar aan een bewolkte dag: geen zon en bijna geen schaduwen. Als de lichtstralen allemaal één kant opgaan noem je dat gebundeld licht. Een zaklantaarn geeft dus gebundeld licht.
Verspreid licht
Gebundeld licht
Licht en communicatie
Elke lichtbron heeft zijn eigen kleur. Natuurlijke lichtbronnen verspreiden meestal helder wit licht. Wit licht van een kunstmatige lichtbron is meestal zwakker en geler van kleur. Gekleurd kunstlicht wordt toegepast in etalages, als straatverlichting en in voorstellingen. Licht speelt ook een belangrijke rol in de moderne communicatie. Het biedt talloze mogelijkheden om een boodschap of informatie over te brengen. De talloze neonreclames in winkelstraten en op hoge gebouwen trekken meteen aandacht door de opvallende en schreeuwende teksten. Beeldschermen, displays en monitoren op stations, kantoren en scholen geven actuele informatie door.
Clair-obscure
Clair-obscur (Italiaans: chiaroscuro, Duits: Helldunkel) is een techniek uit de schilderkunst, film en fotografie waarbij de licht-donkercontrasten sterker worden uitgebeeld dan ze in werkelijkheid vaak zijn. Er wordt weinig gebruikgemaakt van de zogenaamde middentonen. Hiermee wordt een dramatisch effect bereikt, waarmee driedimensionale vormen worden geaccentueerd. De lichtbron zelf is meestal niet duidelijk aanwijsbaar; het zou de zon kunnen zijn, of een kaarsvlam.
De techniek is ontstaan in de hoge renaissance en toegepast door Masaccio. In de barokperiode werd het systematisch toegepast . Ook al lijken schilderijen in clair-obscur realistisch geschilderd, ze zijn het over het algemeen niet. De schilder gebruikt het licht en donker om de nadruk te leggen op vooral de lichte delen, waarbij de donkere schaduwen naar de achtergrond worden gedrongen.
Meesters van het clair-obscur zijn bijvoorbeeld Rembrandt, maar ook zijn voorganger Caravaggio.
Licht en schaduw
Op plaatsen waar geen licht komt, ontstaan schaduwen. Hoe feller het licht schijnt, hoe donkerder de schaduwlijnen lijken.
Eigen schaduw
Er zijn verschillende soorten schaduwen. De schaduw op een voorwerp zelf noem je eigen schaduw.
Kernschaduw
Het donkerste gedeelte van een schaduw noem je kernschaduw.
Halfschaduw
Het lichtste gedeelte van een schaduw noem je halfschaduw.
Zijlicht en slagschaduw
- Zijlicht: Bij zijlicht komt het licht van opzij. Dat kun je zien aan de slagschaduw.
De schaduw die niet op het voorwerp zelf maar eronder, erachter of ernaast zit, heet slagschaduw.
Gebroken schaduw
Een slagschaduw die door andere onderwerpen of oneffenheden onderbroken wordt, verandert van richting of vorm. Zo’n slagschaduw die op een oneffen ondergrond valt, noem je gebroken schaduw.
Tegenlicht
Bij tegenlicht komt de schaduw naar je toe. De lichtbron bevindt zich tegenover je. Tegenlicht kan een romantische of dreigende sfeer veroorzaken. Dat komt door het grote contrast tussen de lichte en donkere partijen. Als het tegenlicht erg fel is, ontstaan er silhouetten (donkere omtrekken).
Strijklicht
Bij strijklicht zijn de schaduwen heel lang. Dat komt doordat de lichtbron op dezelfde hoogte staat als het voorwerp zelf. Het licht schijnt er als het ware vlak over heen.
Doorvallend licht
Doorvallend licht is licht dat door een raam of deur heen schijnt. Je ziet dan een lichtbundel door de opening heen.
Glimlicht
op glimmende voorwerpen zie je allemaal witte vlekken. Glimlichten noem je die lichte plekken. Glimlichten ontstaan door weerkaatsing van het licht op gladde voorwerpen. Licht dat door spiegelende voorwerpen weerkaatst wordt noem je indirect licht.
Ruimte
Plat en Ruimtelijk
Een tekening is plat en beeldhouwwerk is ruimtelijk. Een tekening heeft een bepaalde hoogte en breedte. 2 dimensies noemen we dat. We korten dat af, als 2D. Een beeldhouwwerk heeft 3 dimensies. Namelijk een hoogte, een breedte en een diepte. We noemen dat 3D.
Ruimtesuggestie
In veel tekeningen of schilderijen is sprake van ruimtesuggestie. Het lijkt bijvoorbeeld net alsof gebouwen heel ver van elkaar afstaan. Door een manier van tekenen of kun je ruimte in je tekening laten ontstaan. De ruimte die ontstaat is natuurlijk maar schijn en daarom noem je het ook wel ruimtesuggestie.
Aanzichten
Er zijn allerlei manieren om zonder ruimtesuggestie in een tekening toch drie dimensies uit te beelden. Bijvoorbeeld door verschillende aanzichten van iets te tekenen.
Perspectief
Alle lijnen komen in de verte op één punt uit. Hoe verder de dingen in de afbeeldingen van je af staan, hoe kleiner ze zijn. Deze manier om de ruimte uit te beelden, heet perspectief.
Kikvorsperspectief
Je kunt zien dat de tekenaar bij het maken van deze tekening naar boven keek. Zo’n laag standpunt noem je kikvorsperspectief.
Vogelvluchtperspectief
Het is net alsof je als een vogel in de lucht vliegt en van bovenaf op alles neerkijkt. Je noemt dit standpunt daarom vogelvluchtperspectief. Vogelvluchtperspectief wordt toegepast in luchtfoto’s.
Verkleining
Er zijn verschillende manieren om ruimte in een tekening te laten ontstaan. Bijvoorbeeld door dingen vooraan groot te tekenen en dingen achteraan klein af te beelden. Verkleining noem je dat.
Overlapping
Ruimtesuggestie in een tekening kan ook ontstaan door overlapping. Dingen vooraan overlappen (bedekken) gedeeltelijk de dingen achteraan.
Ruimte door licht en donker
Ook door toepassing van licht en donker kun je ruimte in een tekening krijgen. Door bijvoorbeeld alles vooraan een donkere tint te geven en dingen achteraan lichter te maken.
Vervaging
Dingen dichterbij lijken scherper dan dingen in de verte. Als dit in een schilderij is toegepast, noem je dat vervaging. Door alles in de verte vager te schilderen, ontstaat er ruimtesuggestie.
Kleurperspectief
Warme kleuren vooraan en koele kleuren achteraan zorgen voor ruimte in een schilderij. Kleurperspectief noem je dit verschijnsel.
Afsnijding
Niet alle vormen van een schilderij passen er helemaal op. Bepaalde gedeeltes worden door de lijst van het schilderij ‘afgesneden’. Afsnijding heet dit verschijnsel. Het is net alsof je door en raam of fototoestel naar een schilderij kijkt. Daardoor ontstaat ruimte.
Schaduw
Een heel belangrijk begrip om ruimte te suggereren is het gebruik van schaduw. Door schaduw te gebruiken in een tekening of schilderij ontstaat ruimte.
Repoussoir
Als een donkere vorm een lichte vorm terugdringt naar de achtergrond noem je dat repoussoir (spreek uit: reepoeswaar) het is een Frans woord voor terugdringen.
Coulissen
Hier is een landschap afgebeeld dat uit allemaal stroken bestaat. Vooraan zie je een strook donkerbruin, daarachter krijg je lichtere stroken bergen. Al die lagen achter elkaar zorgen voor een soort kijkdooseffect. Deze manier om ruimte te laten ontstaan, heet coulissewerking (spreek uit: koeliesse) Coulisse is een toneeldecor.
Close-up
Als je iets dichtbij ziet in een tekening noem je dat een close-up.
Exterieur
Het eerste wat bij een gebouw opvalt, is de buitenkant of het exterieur. De vormen, kleuren en versieringen van het exterieur bepalen de uitstraling van een gebouw. Het exterieur is het visitekaartje van het gebouw. Het woord exterieur wordt gebruikt om bijvoorbeeld de buitenkant van een gebouw, auto of ander voorwerp aan te duiden.













































































