Lesbrief 1: Het interview
Inhoud |
Les 1: Interview iemand uit het eerste jaar van je profielklas.
Doel van de opdracht
Leer hoe je moet interviewen en hier een artikel over te schrijven. Bij het journalistieke interview gaat het erom dat je degene die je vragen stelt zo goed mogelijk leert kennen en dit kan vertalen naar een artikel. Op papier lijkt het makkelijk, in de praktijk is het knap lastig. Je zult je goed moeten voorbereiden op het gesprek, de juiste technieken toepassen tijdens het gesprek én de juiste keuzes moeten maken bij het uitschrijven van het interview.
Oefening 1
Vind enkele voorbeelden van uitwerkingen van interviews. Haal het uit kranten of vind het op het internet. De meeste dagbladen hebben sites waar ook interviews opstaan. Schrijf bij elk van de gevonden voorbeelden op welke vorm er gebruikt is om het interview te schrijven.
Uitleg bij oefening 1:
Voor het uitschrijven van het artikel kun je meerdere vormen gebruiken. Je kunt interviews op verschillende manieren opschrijven:
- 1. Vraag en antwoord: Je schrijft letterlijk de vragen op en vervolgens een beknopt antwoord op de vraag. Dit kan met of zonder commentaar.
Voorbeeld: Vraag: Waarom bent u journalist geworden? Antwoord: Ik ben journalist geworden omdat ik altijd er nieuwsgierig ben geweest in mensen en dingen om me heen. Ik wilde graag weten waarom mensen bepaalde dingen deden of maakten.
- 2. Ik-vorm: Je schrijft vanuit de ik-vorm dus vanuit jouw oogpunt.
Voorbeeld: Vandaag heb ik een belangrijk opkomende journalist geïnterviewd over journalistiek. Aan de hand van een aantal vragen die ik gesteld heb, ga ik proberen om een beeld te geven wat journalistiek is. Journalistiek is….
- 3. Mengvorm: Je schrijft bij een mengvorm zowel tekst vanuit jezelf maar je gebruikt ook je aantekeningen die je gemaakt hebt over de antwoorden van de geïnterviewde.
Voorbeeld: Artikel met quotes. Je schrijft een verhaal over de persoon of het onderwerp waar je het met die persoon over hebt. In het verhaal gebruik je dan zinnen die die persoon als antwoord heeft gegeven op je vragen. Deze zinnen noemen we “quotes” en staan tussen haakjes. Een voorbeeld: Toen ik vroeg waarom Martijn zo blij was, zei hij opgewonden: “Dit is het beste wat me ooit is overkomen!” Martijn is in zijn vrije tijd journalist en mocht vandaag een beroemde schrijver interviewen. Zijn uitzinnigheid laat zien dat hij het leuk vind om interviews te houden. Hij is inmiddels al een paar jaar amateur journalist. “Ik ben begonnen met schrijven voor de schoolkrant toen ik 12 jaar was.”
Oefening 2
Zoek een persoon in je klas die je interessant lijkt en je nog niet kent. Stel je aan hem of haar voor en vraag of je een interview mag houden. Bespreek met hem of haar waar je wilt dat het over gaat. Waarschijnlijk kan je klasgenoot je hierbij helpen. Hij weet misschien veel van iets af of heeft een leuke hobby of spannend vakantieverhaal. Als je weet waarover je het gaat hebben, ga je eerst op de computer informatie zoeken over het onderwerp of bedenk je zelf de vragen die je gaat stellen. Stel nu 10 vragen op over het onderwerp en bedenk daarbij vervolgvragen.
Uitleg bij oefening 2: Om goede vragen te formuleren, moet je eerst zelf proberen te weten te komen wat je gaat vragen. Je hebt verschillende soorten vragen die meer op minder geschikt zijn:
- Gesloten vragen: vragen waar je alleen ja of nee op kunt antwoorden. Bijvoorbeeld: kunt u schrijven?
- Open vragen: vragen waar iemand een eigen antwoord op moet formuleren en niet ja of nee op kan antwoorden. Bijvoorbeeld: hoe vind je het om te schrijven?
- Prikkelende vragen: Vragen die de geïnterviewde enthousiast maken om te vertellen. Bijvoorbeeld: wat vind je nou zo leuk aan schrijven?
- Standaard vragen: Vragen waar je eigenlijk het antwoord al op weet. Bijvoorbeeld: wat is uw naam?
- Vervolgvragen: Vragen om dieper op het onderwerp in te gaan. Bijvoorbeeld: U verteld dat u journalist bent, waar schrijft u dan zoal over?
- Retorische vragen: Vragen waarin het antwoord al opgesloten zit. Bijvoorbeeld: U bent journalist, betekent dit dat u interviews houdt?
Geschikt Open vragen, Prikkelende vragen en Vervolgvragen / Doorvragen
Minder geschikt Gesloten vragen, Standaardvragen en Retorische vragen
Om tot vragen te komen, ga je bij jezelf na welke vragen er spontaan in je naar boven komen. De eerste vraag die misschien in je opkomt is: waar gaan we het interview over houden? Als je mij deze zou stellen zou ik zeggen…, mijn vakantie. Omdat je nog meer wilt weten stel je een vervolgvraag die je misschien niet eerst al op papier had staan. Als je een interview goed doet, dan vraag je automatisch door. Bijv. Waar ben je geweest? De 10 vragen die je al op papier hebt staan, probeer je allemaal te vragen tijdens het interview want daar wil je over schrijven. De rest van de vragen, de vervolgvragen, gebruik je om een zo volledig mogelijk antwoord te krijgen van de geïnterviewde. Toch kan het zijn dat je niet op alle 10 vragen antwoord krijgt omdat je bijvoorbeeld niet meer tijd hebt. Als je denkt dat je genoeg informatie hebt voor het artikel dan hoef je ze ook niet allemaal te gebruiken.
Je hebt verschillende manieren van interviewen, dit zijn de interviewtechnieken. De volgende kun je gebruiken.
- Inlevend: Dit betekent dat je je probeert in te leven in de geïnterviewde. Je werkt met de geïnterviewde mee om tot zo goed mogelijke antwoorden te komen
- Confronterend: Dit betekent dat je juist probeert de geïnterviewde voor het blok te zetten.
Schrijfopdracht:
Neem een interview af met de klasgenoot die je uitgekozen hebt en gebruik hierbij de 10 vragen. Tijdens het interview maak je aantekeningen en schrijf je de antwoorden van je klasgenoot zo goed mogelijk op. Werk het interview uit in 500 woorden en kies hierbij zorgvuldig wat je op gaat schrijven. Hiervoor gebruik je de aantekeningen die je tijdens het interview gemaakt hebt.
Uitleg bij schrijfopdracht: Voordat je het interview begint, stel je eerst standaard vragen zoals naam, leeftijd, woonplaats, etc. Deze tellen niet mee voor het interview. Hou daarna het interview. Neem hiervoor uitgebreid de tijd. Luister goed naar het antwoord als je het noteert. Hoor je iets dat om meer uitleg vraagt: altijd doorvragen!!!! Probeer tijdens het interview tijd te nemen om aantekeningen bij te houden. Geef aan dat je hier af en toe tijd voor nodig hebt. Als je genoeg informatie hebt om een goed verhaal erover te schrijven of je hebt je 10 vragen beantwoord dan stop je het interview en bedank je de geïnterviewde voor zijn bijdrage en vertel je wat je ervan vond. Daarna werk je het interview uit. Dit kun je het beste dezelfde dag als het interview doen omdat je dan het meeste nog weet, ook wat je niet hebt opgeschreven in je aantekeningen.